zondag 11 oktober 2009

Zakelijke overeenkomst

'Zal ik mee fietsen?'
'Tuurlijk, waarom niet.'

En wat er verder gaat gebeuren weet ik al. Het begint op een routine te lijken. De fietsrit naar huis duurt meestal 12 minuten. Afhankelijk van het percentage alcohol dat er in ons bloed huist. Als we langs het bos fietsen vraagt hij of ik naar links ga (het bos in). Ik antwoord nonchalant nee aangezien het de afgelopen week geregend heeft en ik geen zin heb in een smerige jas van natte bankjes. We zetten onze conversatie over de meest doodnormale dingen voort. Thuis aangekomen staan we op de oprit en loopt onze conversatie tot een eind. Na een korte stilte wordt er een nieuwe conversatie gestart, enigzins ongemakkelijk. En als de volgende stilte langer duurt dan 5 seconden, buigt hij zijn hoofd naar de mijne toe. Een zakelijke overeenkomst lijkt het wel. Altijd als hij mij naar huis brengt, spenderen we de laatste 10 minuten voor ik naar binnen ga aan zoenen. Een soort vergoeding voor het naar huis brengen. En elke keer na de eerste 3 seconden vraag ik me weer af waarom ik het wederom zo ver heb laten komen. Ten eerste kan ik zelf ook prima de weg naar huis vinden. Heb ik in groep 8 een cursus zelfverdediging gehad en heb ik altijd nog m'n telefoon bij me om in geval van nood een belager daarmee toe te takelen. Ten tweede zoent meneer zo vreselijk saai. De verveling slaat al snel toe en ik kan niet wachten op het moment dat ik tegen hem zeg dat ik nu toch echt naar bed ga. Blijkbaar blijf ik elke keer hopen dat de zoen-skills van meneer zich nog aan het ontwikkelen zijn. Maar sinds onze eerste zoen drie jaar geleden is er nog niets verandert. Ja, dat zijn rechterhand nu sneller naar beneden daalt en op mijn achterwerk blijft rusten. En de manier waarop hij mij tegen zich aandrukt erop wijst dat hij hoopt op meer dan alleen 327 seconden tongdraaien en speeksel uitwisselen. Nee, vanaf vandaag ga ik me echt aan mijn goede voornemens houden. Stoppen met het zoenen van Harry.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten